dinsdag 15 juni 2010

Nagekomen besef

Vandaag waren we voor een interview in Deventer. De geïnterviewde vertelde dat met de verhuizing naar het oosten het voor haar geen probleem meer bleek zich presenteren met een nieuwe beroepsidentiteit. In haar voormalige woonplaats zou ze zich hebben willen verklaren, verontschuldigen welhaast, over de wending die haar leven genomen had. Nu was ze eenvoudigweg de zanglerares die ze was. En niemand vroeg haar wat.
Op de weg ernaartoe raakten we de weg kwijt in het op rust gebouwde doolhof van woningen en bomen, en ook daar kenden de bestellers van de geprivatiseerde posterijen de weg niet meer zonder kaartje. Eenmaal aangekomen op de plek van bestemming, vertelde zij ons verder over het gevoel van ruimte en rust, waardoor ze sinds kort weer liedjes schreef. Bedrieglijk eenvoudige liedjes soms, waarvan ze echter het plezier en de ontspanning van het maken blij en verwonderd onderging.
Het was waarschijnlijk eigen aan de dag en het destillatieproces van het interviewen (drie uur reizen voor een interview van dertien minuten, waarvan waarschijnlijk maar twee het filmpje gaan halen), dat ik vanavond, weer terug thuis in mijn gehorige woning, pas besefte waar ik was geweest. Liggend op de bank, de krant lezend en tegelijk met een schuin oog naar Brazilië - Noord-Korea kijkend, ergerde ik me weer eens hartgrondig aan de rennende kinderen in de woning boven mij, en verlangde naar het relatieve isolement waarin zij in Deventer leefde. Ik had me aan de randen van de wijk, tussen de hoge bomen, in het gedecimeerde bosgebiedje naast de begraafplaats en langs het vertrapte landje met de verlegen paarden, heel even thuis gevoeld. Misschien was het een omgeving om mooie dingen in te maken.
Ik dacht aan het huis waar we het interview afnamen, aan de doodlopende straat, en aan de studio die ze in de garage hadden gebouwd; een geïsoleerde ruimte, een doos in een doos. Waardoor de buitenwereld buiten bleef en de binnenwereld binnen.
Ik legde de krant weg, plotseling met de wil zelf iets te gaan maken. Maar mijn hoofd was leeg. Er leek niets om over te schrijven, of het moest mijn geluk zijn. Wat kon ik daarover zeggen? Dat ik er voor mijn gevoel nog te weinig tijd voor had misschien. Dat het een liedje is, een eenvoudig, maar juist in zijn eenvoud prachtig liedje misschien. Dat ik er eens wat langer over moet nadenken misschien. In alle rust en afzondering.