dinsdag 24 augustus 2010

Heimat

De herfst mag beginnen. Want voor zeker 31 avonden weet ik wat we kunnen doen als buiten de wind en regen tegen de ruiten slaan. Er zijn na gisteravond nog 31 afleveringen Duitse geschiedenis, in de beleving en belevenissen van de bewoners van Schabbach, een fictief dorpje in de Hunsrück te gaan. Gisteravond doken we voor het eerst onder in dat verzonnen bestaan, en keken naar Heimat.



Nadat ik deze zomer al zes regenachtige avonden lang verdwijnen kon in de wereld van dat andere klassieke televisiedrama uit de jaren tachtig, The Singing Detective, lijkt ook het ‘herzien’ van Heimat een zeer gelaagde ervaring te gaan worden. Het was niet alleen het eenvoudige, maar zeldzame genoegen van kwaliteitsdrama (krachtige, haast fotografische beelden; vanzelfsprekend acteerwerk; vloeiende cameravoering met oog voor detail en toeval). Het bracht tegelijkertijd een verbinding tot stand met de leeftijdsfase waarin alles wat ik zag, hoorde en voelde mijn gedachten- en gevoelswereld direct vormde en veranderde. Blijkbaar is het nu, bijna vijfentwintig jaar later, tijd voor een herbeleving, of een nieuwe versie van die ontvankelijkheid.
De schoonheid van wat we gisteren zagen, school wat mij betreft vooral in het beeld van de geschiedenis met een grote G, die zo achteloos terug te vinden was in de ogenschijnlijk onbenullige stapeling details en door elkaar lopende individuele levensgeschiedenissen met een kleine g. En, net als in The Singing Detective, was er steeds weer de muziek, waarin alle luchtigheid en alle tragiek zonder woorden terug te horen was. Daarmee doken we de nacht in.
We waren thuis, in het verzonnen dorp waarin ik wil wonen – in ieder geval nog 31 avonden.