dinsdag 14 september 2010

Paraplu

Wanneer het, zoals vandaag, urenlang regent en stevig waait, kom je op straat weer de nodige kapotte paraplu’s tegen. Op straat gesmeten, in hoeken gewaaid of ondersteboven in vuilnisbakken gestoken. Na opklaringen blijven ze achter in houders en aan kapstokken. Mijn paraplu onderging ook bijna een binnenste buiten-kering toen ik vanmiddag het Domplein over fietste. Dat is van oudsher een roemruchte plek vanwege de wind (zelfs op windstille dagen voel je daar nog een briesje) en ik schud werkelijk iedere keer dat ik daar passeer mijn hoofd over de domheid van de mensen die daar ooit een Gotische kerk neer hebben gezet. Die staat er dan ook al sinds 1674 niet meer. Mijn eigen paraplu heb ik twee jaar geleden in de trein naar Amsterdam laten hangen, en dat gebeurde me toen voor het eerst. Op dat moment dacht ik mij te kunnen identificeren met alle mensen die hun paraplu vergeten – te zeer in beslag genomen door andere zaken, of plotseling vergeetachtig door een omslag in het weer, zoals ikzelf toen. Sindsdien liet ik mij weer regelmatig natregenen, totdat ik onlangs ineens een paraplu op de bagagedrager van mijn fiets aantrof, ogenschijnlijk ook door iemand vergeten. Ik was blij met het herstelde evenwicht in het universum en nam hem mee. Misschien zijn paraplu’s wel de meest archetypische voorwerpen om te vergeten – en van de weeromstuit ook wel om bij toeval te vinden. Misschien omdat ze wezensvreemd zijn, want bedoeld als bescherming tegen zoiets onvermijdelijks als het weer, en bovendien, vanwege de wind, zelden bevredigend hun functie vervullen. Ik haat regen, maar houd van het weer. Kun je dat zo zeggen?