dinsdag 1 september 2009

Verwantschap met de neushoorn

Ongemerkt trek ik op een drukke werkdag als vandaag een harnas aan. Het is een zware jas van denkbeeldig ijzer, een bijna zichtbaar profiel in mijn huid. In een koortsachtig visioen zie ik mijzelf als een gewone witte of zwarte neushoorn, die overnight (of beter: overdag) getransformeerd is in een Indische neushoorn, doordat mijn spieren zich spannen om, om… niets. Het is acht uur ’s avonds, en ik moet nog een paar uur door, met het rode correctiepennetje in de hand. Wat te doen? Eerst maar concentreren op dat andere niets dan: op de eenvoud, de leegte en de geruststellende betekenisloosheid van de ademhaling. Lucht die als de wind van nergens naar nergens gaat, en waarmee ik het schijnmetalen plaatwerk van me af kan voelen kletteren als ik maar… adem in, adem uit, adem in en adem uit.