zondag 7 maart 2010

Dichten

Gisteravond bezocht ik met A. literatuurfestival Het Voorwoord in Den Haag. We kwamen vooral voor Marie Kessels en Arnon Grunberg, uitgerekend de auteurs die uiteindelijk toch niet aanwezig zouden zijn. Dus gingen we naar een gesprek luisteren met de dichter Leonard Nolens, die vertelde over zijn gebundelde dichtersdagboeken en het lef dat ervoor nodig was die zonder schaamte te openbaren. Daarna zagen we een interview met Nop Maas, de biograaf van Gerard Reve, die over een tot op de datum nauwkeurig geheugen voor feiten uit het leven van Reve bleek te beschikken. Beangstigend, met Funes nog vers in gedachten. Hij geloofde ook in de dikke biografie, want hoe meer details je kende, hoe beter je de feiten begreep. Precies. Maar goed.

Meest opvallende (en mijn ergernis wekkende) was het optreden van de dichter Nachoem Wijnberg, of eigenlijk wat er aan zijn optreden vooraf ging. De warrige dichter/econoom met grijze kapselcrisis aarzelde minutenlang voordat hij begon met voorlezen, omdat er door de schuifdeuren achter in de zaal steeds bezoekers binnendruppelden, en de deuren door medewerkers van het festival tergend langzaam gesloten werden. De dichter deed verslag door de microfoon, en werd soms aangevuld met commentaar van mensen in de zaal:

Er komen nog mensen binnen
De deuren gaan langzaam dicht
Er komen nog steeds mensen binnen
Ja, nu gaat hij dicht, geloof ik
Ook de linker schuifdeur
‘Die deur heeft nog nooit dicht gekund’
Ik ga zo beginnen, als alleen die deur…
Ja, is het zover?
Als ik het dit geweten had,

Had ik me er beter op voorbereid
Ik heb een gedicht geschreven over deuren
Dat was toepasselijk geweest
Sorry, ik moet zeggen dat ik nogal gevoelig ben

Ik kan nu eenmaal niet voorlezen
als er een deur open staat
en er steeds mensen door naar binnen komen
Nu kan ik beginnen.

Eigenlijk maakte hij zo ter plekke dus een gedicht. Beter dan wat hij vervolgens voorlas, overigens. Maar ik schreef het.